Wanneer de pijn aanhoudt, komt bijna altijd dezelfde reflex naar boven: vermijden. Men beperkt de trappen, men zegt het fietstochtje af, men stelt de sporthervatting uit. Op korte termijn brengt dat verlichting. Op middellange termijn verergert het de situatie. Dit artikel legt dat mechanisme uit — en de gevalideerde benaderingen om eruit te geraken.
Wanneer de pijn aanhoudt, kan de hersenen de beweging op den duur met gevaar gaan associëren. Het lichaam probeert u te beschermen. Dat is wat men het vrees-vermijdingsmodel noemt:
“Als ik beweeg, heb ik pijn. Dus bewegen = gevaar.”
Gaandeweg gaan we steeds meer bewegingen vermijden. Maar dit vermijden heeft gevolgen:
Wat dit mechanisme zo hardnekkig maakt, is dat het van binnenuit niet als overdreven aanvoelt. Beweging vermijden lijkt logisch. Het mechanisme begrijpen en weten dat artrose niet verergert door aangepaste beweging, is de eerste stap om het te ontmantelen.
Verschillende strategieën helpen om de bewegingsangst te verminderen. Ze kunnen worden gecombineerd:
Zich geleidelijk blootstellen aan de bewegingen die men vermijdt. Stap voor stap ontdekt men dat de pijn vaak minder hevig is dan gevreesd. Deze herwaardering vermindert de overmatige waakzaamheid en doet de angst afnemen.
Begrijpen hoe het zenuwstelsel pijn verwerkt, verandert de perceptie van gevaar. Aanhoudende pijn houdt niet altijd verband met letsels. Ze wordt gemoduleerd door tal van factoren (stress, slaap, overtuigingen). Dit inzicht maakt het opnieuw bewegen makkelijker.
Een psycholoog die gespecialiseerd is in chronische pijn helpt om de gedachten en gedragingen die de angst onderhouden, te identificeren en bij te sturen. Verschillende Belgische ziekenfondsen vergoeden de sessies gedeeltelijk in het kader van de overeenkomst eerstelijnspsychologische zorg.
Een kinesitherapeut stelt geleidelijke oefeningen voor, in een veilig kader. Deze oefeningen herstellen het bewegingsvertrouwen en geven de overtuigingen rond pijn een nieuwe vorm.
Ook bekend als pijnklinieken, behandelen deze gespecialiseerde diensten acute, postoperatieve en chronische pijn op een multidisciplinaire manier — pijnarts, kinesitherapeut, psycholoog, soms sofroloog of balneotherapeut. De meeste Belgische universitaire ziekenhuizen beschikken erover. Verwijzing is mogelijk via uw huisarts of reumatoloog.
Bewegen met artrose veronderstelt een betrouwbaar houvast om de intensiteit aan te passen. Kinesitherapeuten en sportartsen hanteren de pijnregel, die op drie criteria berust:

Wist u dat?
Na een totale knieprothese beschrijft ongeveer één patiënt op twee zes maanden na de operatie nog steeds een restangst om te bewegen. Dit gegeven illustreert hoe sterk de angst de mechanische oplossing van het probleem kan overleven, en waarom ze een aanpak op zich verdient.
Als de pijn de beweging blokkeert ondanks een goed gevoerde revalidatie, verdient het dossier een herevaluatie met uw arts of reumatoloog.
Verschillende opties bestaan in tweede lijn — aanpassing van de pijnstillers, infiltraties, viscosupplementatie, multidisciplinaire begeleiding.
Het Belgische onderzoek verkent daarnaast recente biomaterialen — zoals CM-chitosan, afgeleid van de champignon, dat wordt onderzocht om de gewrichtsomgeving te ondersteunen bij vormen van artrose waarbij oxidatieve stress de doeltreffendheid van de gebruikelijke behandelingen beperkt. Het is een opkomende piste, te bespreken met uw specialist.
Hervatten, op uw tempo. De angst om te bewegen berust op duidelijk geïdentificeerde mechanismen — anticipatie, overmatige waakzaamheid, leren door vermijding — en het onderzoek toont aan dat men er kan op inwerken. Pijneducatie, geleidelijke blootstelling, begeleide revalidatie en, wanneer dat nuttig is, psychologische ondersteuning: deze benaderingen zijn niet onderling vervangbaar, ze zijn aanvullend.
Regelmaat telt meer dan intensiteit. Enkele oefeningen, meerdere keren per week, in de tijd volgehouden, hebben een meetbaar effect op de pijn, de mobiliteit en het bewegingsvertrouwen. Het is aangewezen om de start te laten begeleiden door een kinesitherapeut of een sportarts, of beiden.
Elke artrose is uniek. Artrose geneest niet, maar ze kan worden aangepakt. De therapeutische strategie wordt per geval bepaald, afhankelijk van het klinisch profiel. De informatie op Artrose Active heeft een educatief doel en vervangt geen medisch advies: de diagnose, de keuze van de behandelingen en de aanpassing ervan behoren uitsluitend tot de bevoegdheid van een zorgverlener. Bij aanhoudende pijn of een verergering van de symptomen, raadpleeg uw arts.
— Lozano-Meca J, et al. Association of kinesiophobia with pain, disability and functional limitation in knee osteoarthritis. Geriatric Nursing. 2024;60:481-490.
— Bordeleau M, et al. Treatments for kinesiophobia in people with chronic pain: a scoping review. Frontiers in Behavioral Neuroscience. 2022;16.
— Du X, et al. Prevalence and influencing factors of kinesiophobia after total knee arthroplasty. Journal of Orthopaedic Surgery and Research. 2025;20:332.
— Kloppenburg M, Berenbaum F, et al. Osteoarthritis. The Lancet. 2025;405(10472):71-85.
— Hurley M, et al. Exercise interventions and patient beliefs for people with hip and knee osteoarthritis. Cochrane Database of Systematic Reviews. 2018;4(4):CD010842.
— Knapik A, et al. Kinesiophobia — introducing a new diagnostic tool. Journal of Human Kinetics. 2011;28:25-31.
— Santi M, et al. Assessment and treatment of patients with kinesiophobia: a Delphi consensus. Journal of Novel Physiotherapy and Rehabilitation. 2022;6(2):023-028.
— Van Overschelde P, et al. Twelve-month efficacy of carboxymethyl-chitosan in refractory knee osteoarthritis: a randomized controlled trial (PIONEER). Osteoarthritis and Cartilage Open. 2025;7:100605.]