“ Ik ben daar nog te jong voor ” : Waarom artrose niet alleen bij ouderen voorkomt

Op uw 35ste loopt u twee keer per week. Een ongemak vestigt zich in de knie, u raadpleegt een arts, en het woord „artrose” valt. De reactie is vaak dezelfde: „maar ik ben daar te jong voor”. Het antwoord verdient enige nuance. Bijna een derde van de personen bij wie knieartrose wordt vastgesteld, heeft de eerste symptomen vóór de leeftijd van 40 jaar gehad². En de aandoening zelf, die de afgelopen tien jaar beter wordt begrepen, is niet meer helemaal die we ons voorstelden.

IN HET KORT: Wat je moet onthouden

Een ziekte met meerdere oorzaken

Het woord „artrose” heeft lang een mechaniek opgeroepen die slijt. Het huidige begrip is ruimer: het gewricht functioneert als een systeem, en artrose verstoort het algemene evenwicht ervan. Het kraakbeen breekt af, maar tegelijk wordt het subchondrale bot omgevormd, raakt het synoviaal vlies ontstoken en verzwakken de spieren eromheen. Ontstekingsmediatoren (cytokines, metalloproteasen) verschijnen en versnellen de afbraak. Deze lezing verandert de aanpak. Men werkt niet langer alleen in op het kraakbeen. Men werkt ook in op de ontsteking, op de spiermassa, op de uitlijning, op het gewicht, op de beweging.

Artrose

Artrose ontstaat uit het samenspel tussen individuele factoren en de geschiedenis van uw gewricht.

Individuele factoren
  • Leeftijd: de prevalentie neemt duidelijk toe na 50-55 jaar, maar dat is geen noodzakelijke voorwaarde.
  • Geslacht en hormonen: hoger risico, vooral na de menopauze.
  • Overgewicht en obesitas: dubbel effect, mechanisch (belasting) en inflammatoir (adipokines).
  • Genetica.

Gewrichtsfactoren (geschiedenis van het gewricht)

  • Trauma’s en herhaaldelijke microtrauma’s (sport, fysiek werk, ongevallen): een belangrijke oorzaak van „vroegtijdige“ artrose bij jonge en middelbare volwassenen.
  • Afwijkingen in de stand van de ledematen en plaatselijke overbelasting (bijv. X-benen/O-benen)
  • Langdurige periodes van inactiviteit na een actief leven, wat spierzwakte en gewrichtsinstabiliteit in de hand werkt.

Twee personen van dezelfde leeftijd kunnen heel verschillende vormen van artrose hebben, of helemaal geen artrose. Dat is een van de redenen waarom de aanpak altijd op maat wordt opgebouwd, in samenwerking met uw huisarts, uw reumatoloog, of een sportarts voor wie sportief actief is.

Wist u dat?
Posttraumatische artrose verschijnt gemiddeld 8 tot 12 jaar na een ruptuur van de voorste kruisband of een meniscusletsel, zelfs na operatie. Dat is een van de redenen waarom langdurige revalidatie en orthopedische opvolging even belangrijk zijn als de initiële chirurgie.

Artrosepijn volgt niet de gangbare clichés

De diagnose van artrose wordt onder andere gesteld aan de hand van röntgenfoto’s. Uit onderzoek blijkt dat de pijn niet altijd evenredig is aan de laesies die op medische beeldvorming zichtbaar zijn.

Dat verklaart waarom:

De pijn bij artrose is veelzijdig: ze hangt af van biologische mechanismen (lokale ontsteking), mechanische factoren (het lichaamsgewicht), maar ook van neurosensorische factoren (persoonlijke pijngevoeligheid) en psychosociale factoren.

Een andere kijk – Prof. Jacques Bentin – Reumatoloog

❝ Artrose komt niet neer op slijtage die met de tijd samenhangt. Het is een aandoening die om uiteenlopende, vaak verweven redenen kan ontstaan: genetisch, traumatisch, metabool, inflammatoir. Identificeren welke factor overheerst, maakt het mogelijk om de aanpak aan te passen.❞

En wat is hardnekkige artrose?

Bij een deel van de patiënten blijft de pijn aanhouden ondanks een goed gevoerde aanpak — aangepaste lichaamsbeweging, kinesitherapie, pijnstillers, infiltraties — gedurende meerdere maanden. Dat is wat men refractaire artrose noemt.


Dit profiel is in de praktijk niet zeldzaam. Artrose omvat meerdere fenotypes (posttraumatisch, metabool, inflammatoir, femoropatellair) die niet allemaal op dezelfde manier reageren op conventionele behandelingen. En ja: men kan jong zijn, sportief, en toch een refractaire artrose hebben — typisch na gevolgen van een knietrauma. Dat is geen persoonlijk falen, en evenmin een gebrek aan oplossingen, maar een vorm die een fijnere aanpak vraagt.

Goed nieuws: er zijn oplossingen om het dagelijks leven te verbeteren, weer in beweging te komen, minder pijn te hebben en meer zelfstandigheid te krijgen.

Kiomed: Jongeren en artrose

Beweging, de eerste behandeling

In alle belangrijke internationale richtlijnen (OARSI, EULAR, enz.) wordt aangepaste lichaamsbeweging als eerste behandelingskeuze genoemd, nog vóór veel medicijnen.

Waarom? Omdat de beweging op verschillende niveaus werkt:

Wandelen, fietsen, zwemmen, aquagym, gerichte spierversterking, dansen, tuinieren: de meeste activiteiten blijven toegankelijk, op voorwaarde dat de intensiteit en de opbouw worden aangepast. Een kinesitherapeut kan een programma op maat van uw profiel uitwerken.

Pijnstillers, ontstekingsremmers en infiltraties behouden een nuttige plaats, maar als punctuele middelen. Te bespreken met uw arts naargelang uw profiel en uw comorbiditeiten.

Deel dit artikel

Elke artrose is uniek.
Artrose geneest niet, maar ze kan worden aangepakt. De therapeutische strategie wordt per geval bepaald, afhankelijk van het klinisch profiel. De informatie op Artrose Active heeft een educatief doel en vervangt geen medisch advies: de diagnose, de keuze van de behandelingen en de aanpassing ervan behoren uitsluitend tot de bevoegdheid van een zorgverlener. Bij aanhoudende pijn of een verergering van de symptomen, raadpleeg uw arts.

— Organisation mondiale de la santé. Osteoarthritis. Fact sheet, juillet 2023.

— GBD 2021 Osteoarthritis Collaborators. Global, regional, and national burden of osteoarthritis, 1990–2020 and projections to 2050. The Lancet, 2024.

— Lieberthal J, Sambamurthy N, Scanzello CR. Inflammation in joint injury and post-traumatic osteoarthritis. Osteoarthritis and Cartilage, 2015.

— Kloppenburg M, Berenbaum F, et al. Osteoarthritis: epidemiology, risk factors and pathophysiology. The Lancet Rheumatology, 2024.

— Courties A, Sellam J, Berenbaum F. Osteoarthritis year in review: epidemiology and therapy. Osteoarthritis and Cartilage, 2023.

— Sellam J, Berenbaum F. The role of synovitis in pathophysiology of osteoarthritis. Best Practice & Research Clinical Rheumatology, 2023.

— Aubourg G, Rice SJ, Bruce-Wootton P, Loughlin J. Genetics of osteoarthritis. Frontiers of Medicine, 2025.

— Mandell BF, Lipani J. Refractory Osteoarthritis: Differential Diagnosis and Therapy. Rheumatic Disease Clinics of North America, 1995.

— Dell’Isola A, Recenti F, Giardulli B, et al. Osteoarthritis year in review 2024: epidemiology and therapy. Osteoarthritis and Cartilage, 2024.

Ontvang ons nieuws

Ontvang elke maand duidelijke en begrijpelijke tips en advies voor het dagelijks leven met artrose.