Een beetje ongemak op de trap. Een stijve knie bij het ontwaken, die twee of drie minuten aanhoudt. Een vage pijn na een lange wandeling, die verdwijnt als u rust neemt. Of misschien een krakend geluid dat u zorgen baarde.
U weet niet zeker of het iets ernstigs is. U twijfelt of u naar de dokter moet gaan. Misschien heeft u ‘kniepijn bij traplopen’ in een zoekmachine ingetikt… en bent u hier terechtgekomen.
In dit artikel worden de symptomen van beginnende knieartrose, de valkuilen bij de diagnose, het zorgtraject in België en wat u nu al kunt doen, besproken.
Uw knie bestaat uit drie compartimenten³. Twee daarvan bevinden zich tussen het dijbeen en het scheenbeen (de binnenste en buitenste femoro-tibiale compartimenten). Het derde bevindt zich tussen het dijbeen en de knieschijf (het femoro-patellaire compartiment). Elk contactoppervlak is bedekt met kraakbeen, een glad weefsel dat ervoor zorgt dat de botten zonder wrijving tegen elkaar kunnen glijden. Het gewricht is omhuld door een kapsel dat bekleed is met het synoviaal membraan, dat een smeervloeistof (synoviaalvocht) produceert.
Artrose van de knie — of gonartrose — is de geleidelijke afbraak van dit kraakbeen. Wanneer het dunner wordt, gaan de botten tegen elkaar schuren. Het gewricht reageert hierop: het synoviaalvlies raakt ontstoken, het bot onder het kraakbeen verandert en er ontstaan botuitsteeksels (osteofyten)3,4.
Artrose kan één of meerdere compartimenten aantasten. We spreken dan van unicompartimentale, bicompartimentale of tricompartimentale artrose (wanneer alle drie de compartimenten zijn aangetast). In 15 tot 20% van de gevallen zijn meerdere compartimenten tegelijkertijd aangetast³.
De aandoening reikt verder dan het kraakbeen. Het subchondrale bot, het synoviaal membraan en de gewrichtsspieren zijn allemaal bij de aandoening betrokken. De huidige behandeling houdt rekening met deze multifactoriële realiteit⁵.

Wist je dat ?²
Knieartrose treft 2 miljoen Belgen. Het komt voor bij 30 % van de 65- tot 75-jarigen, met een duidelijk overwicht bij vrouwen na de menopauze⁶. In twee op de drie gevallen zijn beide knieën aangetast⁴.
Knieartrose ontwikkelt zich geleidelijk. In het begin zijn de symptomen nog niet zo duidelijk. Dit zijn de vier meest voorkomende symptomen3,4,9:

1. Mechanische pijn
Deze pijn treedt op bij inspanning en neemt af bij rust. Bij het traplopen of -afdalen, langdurig lopen, langdurig staan of bij het opstaan vanuit een zittende houding. De pijn komt ’s nachts zelden voor, behalve tijdens ontstekingsopflakkeringen. Als de pijn u regelmatig in de tweede helft van de nacht wakker maakt, zal de arts op zoek gaan naar een andere oorzaak3.

2. Stijfheid bij het ontwaken
Uw knie is ’s ochtends „roestig“. Het duurt een paar minuten om hem "los te maken“. Als deze stijfheid minder dan 30 minuten aanhoudt, is dit een typisch symptoom van artrose. Duurt het langer, dan zal de arts op zoek gaan naar een ontstekingsgerelateerde oorzaak (artritis, reumatoïde artritis)1,3.

3. Incidenteel optredende zwelling
De knie kan opzwellen na een ongewone inspanning of tijdens een opflakkering van de klachten. Dit is een ophoping van gewrichtsvloeistof. Bij artrose is deze vloeistof helder en stroperig (ook wel ‘mechanisch’ genoemd), met weinig witte bloedcellen. Bij artritis is de vloeistof troebel en ontstekingsachtig8.

4. Kraakgeluiden
Deze komen vaak voor en kunnen soms indrukwekkend klinken, maar zijn voor de diagnose van weinig nut. Een knie kan kraken zonder dat er sprake is van artrose. Het COFER (Collège des enseignants en rhumatologie) stelt dat "kraakgeluiden, wegzakken en het gevoel dat de knie vastloopt, voor de diagnose niet van belang zijn“3.

Wist je dat ?²
43 % van de mensen boven de 40 vertoont op röntgenfoto’s tekenen van artrose zonder ook maar enige pijn te voelen. Het omgekeerde komt ook voor: zeer pijnlijke knieën met vrijwel normale röntgenfoto's. De Franse Vereniging voor Reumatologie bevestigt dit: “er is geen verband tussen de ernst van de radiologische laesies en de ernst van de pijn”
Niet elke kniepijn is artrose. Uw arts zal dit controleren3,4,9
Na de leeftijd van 45 jaar is de diagnose van knieartrose in eerste instantie klinisch. Twee factoren zijn voldoende13:
Het klinisch onderzoek maakt het beeld compleet. De arts palpeert de gewrichtsspleten (binnen-, buiten- en patellair), test de beweeglijkheid bij flexie en extensie, controleert of er geen tekenen van ontsteking zijn, beoordeelt de stand van het been (genu varum of genu valgum) en gaat na of er sprake is van vochtophoping (patellaire effusie)3,9.
De ernst van de aandoening op röntgenfoto’s wordt beoordeeld aan de hand van de Kellgren-Lawrence-classificatie (stadium 1 tot en met 4). Het stadium op röntgenfoto’s zegt echter niets over de intensiteit van de pijn⁸.
Twee hoofdvormen
Femoro-tibiaal: de meest voorkomende vorm (45-50 % van de gevallen). Diffuse pijn, die verergert bij het lopen. Geleidelijke afname van de loopafstand. Vaak gepaard gaande met een afwijkende stand van het been (genu varum bij een interne afwijking, genu valgum bij een externe afwijking)³.
Femoro-patellair: 35 % van de gevallen. Pijn aan de voorkant van de knie, veroorzaakt door traplopen, knielen of langdurig zitten. Komt vaak voor bij jonge, actieve mensen. Komt voor bij ongeveer 24 % van de 40-plussers3,11.
Zal hij of zij u doorverwijzen naar:
Uw huisarts
Eerste klinisch onderzoek, vragen over de pijn, aanvraag voor een röntgenfoto, eerste adviezen (beweging, gewicht, pijnstillers indien nodig). Hij coördineert het verdere verloop en verwijst door naar de juiste specialist9.
De reumatoloog
Specialist in gewrichtsaandoeningen. Hij komt in beeld wanneer de diagnose complex is, wanneer er onderscheid moet worden gemaakt tussen artrose en artritis, wanneer een injectie (met corticosteroïden of hyaluronzuur) wordt overwogen, of wanneer de pijn niet reageert op de eerste behandelingen9.
Hij komt in actie wanneer conservatieve behandelingen niet langer volstaan. Zijn opties zijn: arthroscopie (gewrichtsreiniging), osteotomie (correctie van de beenas om de belasting te herverdelen) en een knieprothese (gedeeltelijk of volledig) wanneer de slijtage te ver gevorderd is⁴. In België worden jaarlijks meer dan 27.000 knieprothesen geplaatst⁶.
De sportarts
Als u sportief bent en de pijn verband houdt met het sporten. Hij is op de hoogte van de specifieke kenmerken van artrose bij actieve mensen en kan het trainingsprogramma hierop aanpassen.
De fysiotherapeut
Versterking van de quadriceps, mobiliteitsoefeningen, pijnbeheersing door beweging. Door alle wetenschappelijke verenigingen (OARSI, EULAR, KCE) als eerste keuze aanbevolen²⁶.
De podoloog
Als een afwijking in de stand van de voet bijdraagt aan overbelasting van de knie, kunnen orthopedische inlegzolen de druk op het aangetaste compartiment verminderen.
❝ ❞
Knieartrose wordt door meerdere factoren veroorzaakt3,4. Sommige factoren zijn beïnvloedbaar, andere niet:
In afwachting van uw afspraak zijn er vier dingen die uw arts — en uw knie — al kunnen helpen:
De informatie op Artrose Active is uitsluitend bedoeld ter voorlichting en vormt in geen geval een vervanging voor medisch advies. De diagnose, de keuze van de behandeling en de aanpassing daarvan zijn uitsluitend voorbehouden aan een zorgverlener. Raadpleeg uw arts of specialist bij aanhoudende pijn of verergering van de symptomen.