Lange tijd waren de behandelingen voor artrose vooral gericht op het verlichten van de symptomen. Vandaag evolueert het onderzoek en richt het zich steeds meer op de biologische mechanismen van de aandoening. Een belangrijke evolutie voor de patiënten!
Artrose is inderdaad de meest voorkomende gewrichtsaandoening ter wereld. Eén patiënt op drie blijft pijn houden ondanks de huidige behandelingen. Deze paradox wordt verklaard door de aard zelf van de aandoening, die vandaag centraal staat in het onderzoek.
Artrose is inderdaad de meest voorkomende gewrichtsaandoening ter wereld. Eén patiënt op drie blijft pijn houden ondanks de huidige behandelingen. Deze paradox wordt verklaard door de aard zelf van de aandoening, die vandaag centraal staat in het onderzoek.
Decennialang werd artrose gelijkgesteld met een geleidelijke, natuurlijke slijtage van de gewrichten. Het kraakbeen raakt beschadigd, de botten schuren tegen elkaar, de pijn vestigt zich. Deze visie is vandaag achterhaald.

Wist u dat?
Als artrose alleen maar mechanische slijtage is, kunnen we het proces hooguit vertragen of wachten op een operatie. Dat is geen erg bemoedigend vooruitzicht voor de miljoenen patiënten die eraan lijden.
Artrose, een systemische aandoening
Recente gegevens suggereren dat artrose interageert met andere systemen in het lichaam: laaggradige ontsteking, metabolisme, zenuwstelsel. Dat is wat onderzoekers vandaag een systemische aandoening noemen, een aandoening die zich niet beperkt tot het pijnlijke gewricht dat men onderzoekt.
Dit verband met het hele lichaam is bijzonder uitgesproken bij patiënten met overgewicht of obesitas: het vetweefsel belast de gewrichten niet alleen mechanisch, maar gedraagt zich ook als een echt ontstekingsorgaan dat voortdurend pro-inflammatoire eiwitten afscheidt, die de vicieuze cirkel van artrose voeden, los van het gewicht zelf.

Ontleding wetenschappelijk nieuws 2026:
«Artrose: moleculaire pathogenese en mogelijke therapeutische opties»
Om deze pistes beter te begrijpen, hebben wij voor u een artikel ontleed dat in maart 2026 in een internationaal tijdschrift werd gepubliceerd. Het doel is de oorzaken van de aandoening aan te pakken, en niet alleen de symptomen.
Tot nu toe waren de behandelingen vooral gericht op verlichting: de pijn kalmeren, de ontsteking verminderen, het gewricht smeren. Nuttige benaderingen, die echter de onderliggende mechanismen niet onderbreken. De nieuwe pistes willen ingrijpen op de biologie van de aandoening zelf, door meerdere aangrijpingspunten tegelijk te benaderen.
Piste 1: Inwerken op de kraakbeencellen, ook wel chondrocyten genoemd.
Bij artrose raken de kraakbeencellen overbelast en functioneren ze niet meer naar behoren. Hun interne werking is verstoord, met name op het niveau van de mitochondriën (de energiecentrale van de cel), wat leidt tot een overmatige productie van vrije radicalen, toxische moleculen, en de ontsteking in de hand werkt. Onderzoekers werken vandaag aan moleculen die deze haperende celfuncties opnieuw kunnen aanzwengelen, niet om de pijn te maskeren, maar om de afbraak van het kraakbeen bij de bron af te remmen.
Piste 2: De pijnsignalen blokkeren
Bij artrose worden de zenuwen rond het gewricht geleidelijk gevoeliger. Ze geven steeds intensere pijnsignalen door, soms zelfs zonder dat er een belangrijke prikkel is. Meer dan 75 % van de patiënten met artrose geeft aan nog steeds nood te hebben aan oplossingen voor de pijn. Wetenschappelijke teams werken aan moleculen die deze zenuwkanalen heel gericht kunnen blokkeren, zonder de bijwerkingen van klassieke pijnstillers.
Piste 3: De ontstekingsmediatoren aanpakken.
In het lichaam zijn er eiwitten die de ontstekingsreactie in het gewricht aansturen: de cytokines. Ze spelen een centrale rol in het onderhouden van de vicieuze cirkel. Door deze chemische boodschappers heel gericht aan te pakken, zou men de chronische ontsteking kunnen afremmen zonder de natuurlijke afweer van het lichaam uit te schakelen.
Onder de benaderingen die al klinisch zijn onderzocht, worden sommige toegepast bij patiënten waarbij de behandeling onvoldoende werkt. Dat is het geval voor intra-articulaire injecties op basis van carboxymethylchitosan (CM-chitosan), een biomateriaal dat is ontworpen om op meerdere mechanismen van artrose in te werken. Het verbetert tegelijk de smering van het gewricht en beperkt de gevolgen van oxidatieve stress, wat bijdraagt tot de bescherming van het kraakbeen.

En de klinische resultaten voor CM-chitosan?
CM-chitosan werd niet enkel getest bij „klassieke" patiënten, maar ook specifiek geëvalueerd bij patiënten waarbij andere behandelingen al hadden gefaald: artrose in een gevorderd stadium, patiënten met overgewicht, aantasting van meerdere compartimenten van het gewricht, of refractaire pijn ondanks medische behandelingen en klassieke injecties. Anders gezegd, de patiënten voor wie artsen het minst alternatieven hebben tussen de conventionele injecties en de chirurgie.
Onder de onderzochte benaderingen zijn er enkele die rechtstreeks het herstel van weefsels willen stimuleren. Dat is het geval voor PRP (plaatjesrijk plasma), dat al in bepaalde situaties wordt gebruikt. Het gaat om een concentraat afkomstig uit het bloed van de patiënt, rijk aan groeifactoren. Studies tonen aan dat deze moleculen de ontsteking kunnen moduleren en de celproliferatie kunnen stimuleren. De resultaten blijven variabel naargelang het protocol dat wordt gebruikt om het PRP te bereiden uit het bloed van de patiënt, en zijn daardoor moeilijk te interpreteren in klinische studies.
Ces avancées modifient profondément la façon de concevoir l’arthrose et donc de la traiter. L’arthrose n’est plus vue comme une fatalité liée à l’âge ou au poids, mais comme une maladie avec des mécanismes précis, identifiables, et de plus en plus, des leviers sur lesquels agir concrètement. Parlez-en avec votre médecin pour évaluer votre situation.
Deze vooruitgang verandert grondig de manier waarop we artrose begrijpen en dus ook behandelen. Artrose wordt niet langer gezien als een onvermijdelijk gevolg van leeftijd of gewicht, maar als een aandoening met duidelijke, identificeerbare mechanismen, en meer en meer met aangrijpingspunten waarop concreet kan worden ingewerkt. Bespreek dit met uw arts om uw situatie te evalueren.
– Doane M, Jaffe D, Dragon E, et alFRI0716-HPR Assessing the burden of treated and untreated osteoarthritis pain in europeAnnals of the Rheumatic Diseases 2018;77:1806.
Herrero-Beaumont G, Castro-Dominguez F, Migliore A, Naredo E, Largo R, Reginster JY. Systemic osteoarthritis: the difficulty of categorically naming a continuous condition. Aging Clin Exp Res. 2024 Feb 20;36(1):45
Zahan OM, Serban O, Gherman C, Fodor D. The evaluation of oxidative stress in osteoarthritis. Med Pharm Rep. 2020 Jan;93(1):12-22.
Zhang Y, Han Y, Sun Y, Hao L, Gao Y, Ye J, Wang H, Zhang T, Liu Y, Yang Y. Osteoarthritis: molecular pathogenesis and potential therapeutic options. Signal Transduct Target Ther. 2026 Mar 4;11(1):81.
Vandeweerd JM, Innocenti B, Rocasalbas G, Gautier SE, Douette P, Hermitte L, Hontoir F, Chausson M. Non-clinical assessment of lubrication and free radical scavenging of an innovative non-animal carboxymethyl chitosan biomaterial for viscosupplementation: An in-vitro and ex-vivo study. PLoS One. 2021 Oct 11;16(10):e0256770.
Van Overschelde P, Vansintjan P, Portelange N, Chausson M, Weyenberg W. Twelve-month efficacy of carboxymethyl-chitosan in refractory knee osteoarthritis: A randomized controlled trial (PIONEER). Osteoarthr Cartil Open. 2
Wu, W.-S.; Chen, L.-R.; Chen, K.-H. Platelet-Rich Plasma (PRP): Molecular Mechanisms, Actions and Clinical Applications in Human Body. J. Mol. Sci.2025, 26, 10804. https://doi.org/10.3390/ijms262110804