Je artrose heeft een profiel: als je dat kent, verandert de behandeling

Artrose is geen eenduidige aandoening. Er zijn verschillende vormen, met elk hun eigen biologische en mechanische werking.¹ Onderzoekers spreken in dit verband van ‘fenotypes’. De juiste behandeling hangt dus af van het profiel van je artrose. Er is dus niet zoiets als één behandeling die voor iedereen geldt.

Profiel Artrose en overgewicht

Drie veelvoorkomende profielen, drie verschillende benaderingen

Specialisten onderscheiden tegenwoordig verschillende fenotypes van artrose. Drie daarvan worden al tijdens de consultatie duidelijk².

Metabole artrose.

Dit betreft mensen met overgewicht of met het metabool syndroom (type 2-diabetes, hoge bloeddruk, dyslipidemie, grote tailleomvang). De mechanische belasting van de knie speelt een rol, maar verklaart niet alles. Overtollig vetweefsel produceert ontstekingsmoleculen (adipokines) die in het bloed circuleren en het kraakbeen aantasten, ook in niet-dragende gewrichten zoals de handen.³ Dit onderscheidt dit profiel van puur mechanische artrose.

Posttraumatische artrose.

De boosdoener is een oudere knieblessure (bijv. scheuring van de voorste kruisband, meniscusletsel, gewrichtsfractuur). Zelfs als deze goed werd behandeld, kan de biomechanica van het gewricht veranderen. Resterende instabiliteit, veranderingen in de as en microbeschadigingen van het kraakbeen versnellen de slijtage.⁴ Dit komt vaak voor bij jongvolwassenen of mensen van middelbare leeftijd. De tijd tussen het letsel en de eerste symptomen van artrose kan tien tot twintig jaar bedragen.⁴

Artrose als gevolg van gewrichtsveroudering

Na verloop van tijd neemt het herstelvermogen van het kraakbeen af. De spieren verliezen aan massa en kracht (sarcopenie). Ook de proprioceptie (het vermogen van het lichaam om de positie van het gewricht in de ruimte waar te nemen) gaat achteruit. Voeg daar nog cardiovasculaire of metabole comorbiditeiten aan toe die de mobiliteit beperken, en het gewricht is minder goed beschermd.⁵ Bij vrouwen is de menopauze een bewezen verzwarende factor: de afname van oestrogeen versnelt de afbraak van kraakbeen en verklaart gedeeltelijk waarom artrose na de leeftijd van 50 jaar vaker bij vrouwen voorkomt

De unieke visie van professor Yves Henrotin
Voorzitter van de Stichting Artrose

foto yves henrotin

❝ Een patiënt met artrose die aan obesitas lijdt, wordt niet meer op dezelfde manier behandeld als een patiënt die artrose kreeg na een blessure op het voetbalveld. Er zijn drie fenotypes die gemakkelijk te herkennen zijn: metabole artrose, artrose bij ouderen en secundaire posttraumatische artrose. Deze vormen van artrose worden niet op dezelfde manier behandeld. Farmacologische behandeling moet altijd worden gecombineerd met niet-farmacologische ingrepen. Koppel die twee nooit los. Bied de patiënt een zorgtraject dat aansluit bij zijn fenotype. ❞

Citaten uit het interview met prof. Henrotin in Ortho-Rhumato, jaargang 24, nr. 1, 2026.

En wat als artrose niet reageert op de gebruikelijke behandelingen?

Er is sprake van refractaire artrose wanneer de symptomen (pijn, stijfheid, functionele beperkingen) ondanks een goed uitgevoerde behandeling van minstens 3 tot 6 maanden invaliderend blijven.² Dit wijst erop dat de onderliggende biologische of mechanische mechanismen andere behandelingsmethoden vereisen. Verschillende onderzoeksteams, waaronder Belgische, werken aan een uitbreiding van de behandelingsmogelijkheden voor deze situaties.

Femoro-patellaire artrose (tussen de knieschijf en het dijbeen) treft vaak jonge, actieve patiënten, met pijn aan de voorkant van de knie. Vergevorderde artrose (graad III-IV op de radiologische schaal van Kellgren-Lawrence) gaat gepaard met ernstige kraakbeenschade. Multicompartimentele artrose treft meerdere delen van de knie tegelijk. En voor sommige patiënten is een operatie weliswaar aangewezen, maar om medische redenen niet uitvoerbaar.

Icoon wist u dat artrose actief

Wist je dit al?
Bij 1 op de 4 patiënten biedt een totale knieprothese geen oplossing voor de pijn.² Daarom adviseert het KCE (Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg) om minstens 3 tot 6 maanden conservatieve behandeling te volgen (aangepaste lichaamsbeweging, kinesitherapie, gewichtscontrole) alvorens een operatie te overwegen.⁷ Benut die tijd om uit te zoeken wat werkt voor jou.

De globe aanpak: zes domeinen, één doel

De internationale aanbevelingen (OARSI, EULAR) en de Belgische criteria van het KCE komen overeen: bij de behandeling van artrose is het raadzaam om verschillende benaderingen te combineren, afgestemd op het profiel van elke patiënt.⁶ Geen enkele benadering volstaat op zichzelf.

1. De juiste beweging

Spierversterking, aerobe oefeningen (wandelen, fietsen, zwemmen), rekoefeningen, proprioceptie … Het soort oefening, de intensiteit en de frequentie worden afgestemd op het profiel: met lichte belasting (fietsen, zwemmen) voor mensen met pijnklachten of overgewicht, en met geleidelijke belasting voor de anderen.⁵ Een kinesist kan een aangepast programma uitwerken.

2. Voeding

Vermijd sterk bewerkte producten, kies voor een mediterraan voedingspatroon en zorg voor voldoende eiwitinname (vooral na je 60ste, om sarcopenie tegen te gaan). Wat het metabool profiel betreft, is voeding even belangrijk als lichaamsbeweging.²

3. Gewichtscontrole

Een gewichtsverlies van 5 tot 10% heeft zowat hetzelfde effect op de pijn als een medicamenteuze behandeling van 3 tot 6 maanden.² Het effect treedt niet onmiddellijk op (een ontstekingsremmer werkt sneller), maar het is blijvend en kan worden gecombineerd met de andere aanpakken.

4. Medicatie

Ontstekingsremmers (plaatselijk of oraal, voor korte duur), corticosteroïdinjecties bij een opflakkering van de ontsteking en viscosupplementatie zijn nuttige behandelingen om regelmatig met je arts te evalueren.⁶ Langdurig gebruik van paracetamol wordt tegenwoordig op losse schroeven gezet vanwege de beperkte baten-risicoverhouding.⁶

5. Technische en orthopedische hulpmiddelen

Orthopedische inlegzolen om een afwijkende voetstand te corrigeren, kniebraces om het gewricht te stabiliseren, aanpassingen aan de werkplek, een wandelstok voor periodes van crisis … Deze oplossingen verminderen de dagelijkse mechanische belasting.

6. Psycho-educatie

De angst om te bewegen (kinesiofobie), angstgevoelens en pijngerelateerde slaapstoornissen komen vaak voor en zijn goed gedocumenteerd.⁵ Ze remmen bewegingen af en houden de pijn in stand. Psycho-educatie, psychologische ondersteuning of gewoon een beter inzicht in de aandoening kunnen het verschil maken tussen een patiënt die stil blijft zitten en een patiënt die weer vertrouwen krijgt in zijn bewegingen.

Elk geval van artrose is uniek. Praat erover met je arts

Je kunt niet zelf een diagnose stellen. Maar bepaalde informatie helpt je arts om de behandeling beter af te stemmen. Dit zijn zaken om in de gaten te houden en te melden tijdens je consulatie:

Je gewrichtsgeschiedenis. Heb je jaren geleden een knieblessure gehad (ligament, meniscus, breuk)? Meld dat dan, ook al is het lang geleden en verliep de behandeling goed. Het kan veel verklaren.

Je metabool profiel. Heb je overgewicht en last van pijn in je handen of vingers, of lijd je aan diabetes of hoge bloeddruk? Dit zijn allemaal symptomen die wijzen op een verstoord metabool profiel.

Je ochtendstijfheid. Een korte stijfheid bij het ontwaken (minder dan 30 minuten), die afneemt bij beweging, is kenmerkend voor artrose. Als deze stijfheid langer dan 30 tot 60 minuten aanhoudt, meld dit dan aan je arts. Het kan namelijk wijzen op inflammatoire reuma, die op een andere manier wordt behandeld.

Signalen die je niet mag negeren Een gezwollen en ‘gloeiende’ knie (een teken van een ontstekingsaanval of vochtophoping), het onvermogen om de knie volledig te strekken (flexie), nachtelijke pijn die je wakker maakt, een plotselinge mechanische blokkade: deze symptomen zijn reden voor een dringend bezoek aan de dokter.

Je eerste aanspreekpunt is je huisarts. Die kan je, afhankelijk van je situatie, doorverwijzen naar een reumatoloog, een sportarts, een kinesist, een diëtist of een orthopedisch chirurg.

Deel dit artikel

Elk geval van artrose is uniek. Artrose geneest niet, maar ze kan worden behandeld. De therapeutische strategie wordt per geval bepaald, op basis van het klinische profiel. De informatie op Artrose Actief heeft een educatief doel en vervangt geen medisch advies: diagnose, keuze van behandelingen en hun aanpassing zijn uitsluitend de bevoegdheid van een zorgprofessional. Bij aanhoudende pijn of verergering van de symptomen, raadpleeg je arts.

Logo artrose actief blue

1 — Herrero-Beaumont G, et al. Fenotypering van artrose: uitdagingen en kansen. Clin Exp Rheumatol. 2024.

2 — Prof. Henrotin Y. Interview „Artrose is geen onvermijdelijk lot: een revolutie in volle gang“. Ortho-Rhumato. Jaargang 24, nr. 1, 2026.

3 — Mocanu V, et al. Obesitas, metabool syndroom en artrose vereisen een holistische benadering. Biomedicines. 2024;12:1262.

4 — Ziltener JL, et al. Artrose en sport. Rev Med Suisse. 2012;8:564-570.

5 — Coudeyre E, et al. Lichamelijke activiteit en knieartrose: van het vaststellen van belemmeringen tot een persoonlijk behandeladvies. Revue du Rhumatisme Monographies. 2021.

6 — Sellam J, et al. Franse aanbevelingen voor de farmacologische behandeling van knieartrose. Rev Rhumatisme. 2020.

7 — KCE. Kwaliteitscriteria voor de behandeling van knieartrose en heupartrose. 2024. kce.fgov.be

Deze artikelen zouden je kunnen interesseren

Ontvang ons nieuws

Ontvang elke maand duidelijke en begrijpelijke tips en advies voor het dagelijks leven met artrose.